Kropswolde

Het dorp Kropswolde maakte deel uit van het oude rechtsgebied Gorecht. De plaatsnaam wordt voor het eerst met zekerheid genoemd in een oorkonde uit het jaar 1249. Het cisterciënzer vrouwenklooster van Essen of Yesse, gelegen in de nabijheid van het dorp Haren had een voorwerk (klooster) en veel landerijen in Kropswolde. Het klooster had op eigen kosten uit het moeras ten oosten van het Zuidlaardermeer lange kavels grond ontgonnen. Met ingezetenen van 'Crepeswolde' ontstond een geschil over drie van deze kavels. Over dit geschil is er in het rijksarchief van Groningen een kopie te vinden, gedateerd 18 oktober 1249.

In de 13e tot 15e eeuw ontwikkelde Kropswolde zich tot een veenkolonie, in het bezit van verschillende kloosterordes. Turf werd naar de stad vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde, in 1403 opgericht met als doel turf uit het gebied rondom Kropswolde te vervoeren. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde.

In de 17e, 18e en het begin van de 19e eeuw bestond Kropswolde vooral uit een groot aantal, fraai aangelegde, landerijen van hooggeplaatste burgers uit onder meer Groningen en Hoogezand. In 1773 werd de huidige kerk gebouwd. De toren daarvan dateert uit 1888.

Kropswolde heeft ca. 1700 inwoners. Woonstichting Groninger Huis verhuurt er 16 woningen aan de Woldweg. In het dorp is één basisschool, de Walstraschool. Recreatie richt zich vooral op water vanwege het nabijgelegen Zuidlaardermeer.